Ik heb geen rituelen. Maar ik visualiseer wel. Ik visualiseer het beste en bereid me voor op het ergste. Ik zie mezelf nooit vallen, ik zie mezelf altijd de golf pakken en de rit uitrijden. Maar ik train wel voor het worstcasescenario. Ik houd mijn training zo dicht mogelijk bij de realiteit van de sport. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik mijn ademhalingsoefeningen niet op een meditatieve manier doe, maar met een hoge hartslag, in zone 2 of 3, soms zelfs 4, en dat ik met die sensaties speel. Je leert comfortabel te worden in zeer ongemakkelijke gevoelens. Dat is een bijzonder effectieve manier van trainen. Hoe vaker je dat gecontroleerd doet, met mensen die je vertrouwt, hoe beter je die gevoelens herkent in ongecontroleerde situaties.
Er bestaan veel verschillende ademhalingstechnieken die helpen om sneller te herstellen. Wat ik doe voordat ik een grote golf pak – ik leeg mijn longen. Heel snel. Dat is iets wat je van nature bijna nooit doet. Daarna neem ik één grote, volledige ademhaling en visualiseer ik die van onder in het middenrif helemaal naar boven: buik, ribben, borst, nek. Zo bereid ik me voor op een grote golf.